
Inleiding
Ik schrijf 1997. Elke ochtend schoof mijn patroon aan een grote tafel aan, samen met zijn secretaresse en mij als advocaat-stagiaire. Voor ons lagen stapels dossiers. Onder de elastieken zaten per dossier de binnengekomen brieven en processtukken geklemd. Alles werd één voor één doorgenomen, besproken en, als het even kon, direct voorzien van mondelinge instructies. Daarna volgde de agenda, zodat de secretaresse de juiste dossiers kon klaarleggen voor zittingen en processtukken van die dag of week. Stagiaires kregen de vraag of het bibliotheekonderzoek al was uitgewerkt in juridische notities.
Vervolgens kroop mijn patroon, en niet veel later ook ik, achter de cassette-dicteermachine. We namen de overige stukken door en spraken per dossier reacties en processtukken in. Brief aan cliënt, afschrift aan de wederpartij, conceptdagvaarding, producties ordenen. Het kostte veel oefening om tot goede zinnen en een juiste toon te komen, en tegelijk juridisch scherp te blijven.
Ondertussen wachtten cliënten in de wachtruimte tot zij aan de beurt waren om met de advocaat te spreken over hun zaak, een gewonnen of verloren vonnis, en hoe het leven met die nieuwe juridische werkelijkheid verder moest.
De volgesproken bandjes verdwenen weer tussen dezelfde elastieken en belandden in stapels op het secretariaat. Daar luisterden secretaresses dagelijks naar ons gedicteer. Aan het eind van de dag lag er een hardkartonnen brievenboek klaar met uitgewerkte brieven en processtukken, gereed voor correctie en ondertekening.
Fast forward naar heden, 2026. Onderweg naar kantoor vraag ik mijn Office AI-agent wat mijn agenda deze week brengt, welke post en e-mails zijn binnengekomen, waar mijn aandacht eerst naartoe moet en wat de stand van zaken per dossier is op basis van e-mails en andere berichten. Enkele tellen later krijg ik een overzicht van wat al is gedaan, wat nog moet gebeuren en wat de logische volgende stap is. Intussen laat ik voor een online meeting alvast een dossierupdate en cliëntsamenvatting maken, conceptreacties op binnengekomen correspondentie klaarzetten en, waar nodig, juridische vragen uitwerken door mijn legal AI-assistent. Ik heb nog geen mens gesproken, en toch is werk waar vroeger gemakkelijk twee uur in ging zitten nu in minuten voorbereid of al gedaan.
Toegegeven: ongeveer 80% van deze beschrijving is al realiteit. De overige 20% laat vermoedelijk niet lang meer op zich wachten. Het contrast met 1997 kan nauwelijks groter zijn. AI is de belangrijkste versneller van die ontwikkeling. De digitaliseringsslag tussen 1997 en 2024 verbleekt bij de snelheid waarmee het de afgelopen anderhalf tot twee jaar is gegaan.
AI heeft zich in zeer korte tijd ontwikkeld van technologische curiositeit tot vast onderdeel van zowel de kantoororganisatie als de juridische gereedschapskist. Waar enkele jaren geleden nog vooral werd gespeculeerd over de impact van generatieve AI, is die technologie nu zichtbaar doorgedrongen tot de dagelijkse advocatenpraktijk. Wie als moderne advocaat niet meebeweegt, loopt inmiddels mijlenver achter. Dicteren is prompten geworden en wie dat nu niet leert, kan beter wachten tot cassettebandjes weer in de mode komen.
Technologie en de advocatuur
Het grootste praktische voordeel van deze tools is dat zij, mits correct ingezet en onder eindverantwoordelijkheid van de advocaat, in korte tijd grote hoeveelheden informatie kunnen verwerken, samenvatten en structureren. Voor tijdlijnen, dossieranalyses en conceptstukken levert dat reële tijdwinst op.
Het duurt waarschijnlijk niet lang meer voordat kantoororganisatorische AI en juridisch inhoudelijke AI in elkaar schuiven. Dan kan ook op dossierniveau inhoudelijk juridisch worden gewerkt.
Daar komt bij dat na de taalmodellen inmiddels ook agents hun intrede hebben gedaan. Die kunnen op de achtergrond in één keer grote aantallen uiteenlopende taken uitvoeren. De advocaat gaat intussen door met zijn eigen werk, zoals het spreken met cliënten en het bijwonen van zittingen, terwijl AI op de achtergrond ondersteunt. AI is daarmee feitelijk een medewerker geworden en vertoont de eerste trekken van een ideale stagiaire.
Cliënten, AI en de rol van de advocaat
Niet alleen advocaten gebruiken AI. Ook cliënten hebben generatieve AI massaal ontdekt en leggen steeds vaker door AI gegenereerde teksten of suggesties aan hun advocaat voor, soms zelfs tijdens een bespreking. Dat gebeurt meestal om kosten te besparen, maar leidt geregeld tot het tegendeel. De advocaat moet die input immers zorgvuldig beoordelen, corrigeren en zo nodig uitleggen waarom een ogenschijnlijk plausibel antwoord juridisch onjuist is.
Generatieve AI heeft geen normatief besef. Een model zal zelden expliciet zeggen dat een juridisch standpunt ondeugdelijk is, maar meestal wel een professioneel ogend antwoord produceren. Juist in de advisering zijn de vragen die daarachter liggen beslissend: hoe lang duurt een procedure, wat kost die, welke risico’s zijn er, wat is een redelijke schikking en waar kan de cliënt mee leven. Wie zich blindstaart op de schijnbare juridische kennis van generatieve AI, neemt dus een groot risico.
Daar komt bij dat cliënten meestal geen gespecialiseerde juridische AI gebruiken die uitsluitend werkt met geverifieerde literatuur en jurisprudentie. Gelukkig dringt het besef van dat verschil, en van het risico op AI-hallucinaties, steeds verder door bij zowel advocaten als cliënten.
AI en professionele verantwoordelijkheid
De kernwaarden van de advocatuur veranderen niet door AI. Deskundigheid, onafhankelijkheid en vertrouwelijkheid blijven leidend. Het gebruik van AI ontslaat de advocaat niet van de plicht zelfstandig te denken en juridisch te beoordelen. Het klakkeloos overnemen van AI-teksten, zonder tekstuele en inhoudelijke controle en toetsing aan het dossier en wat de cliënt echt wil, verdraagt zich niet met de professionele standaard en kan leiden tot aansprakelijkheid of tuchtrechtelijke gevolgen.
Ook vertrouwelijkheid vraagt bijzondere aandacht. Het uploaden van cliëntdossiers, processtukken of verschoningsgerechtigde correspondentie in generieke AI-tools brengt risico’s mee, zeker als onduidelijk is of en hoe gegevens worden opgeslagen of hergebruikt voor modeltraining. Zonder duidelijke waarborgen is terughoudendheid geboden. Gewaarborgd moet blijven dat AI alleen binnen de kantooromgeving functioneert, geen onjuiste externe informatie binnenhaalt en vooral geen vertrouwelijke informatie naar buiten brengt. Het opstellen van beleid in samenspraak met IT-adviseurs is daarom noodzakelijk.
Conclusie
AI verandert het gereedschap van de advocaat ingrijpend, maar niet zijn rol. Veel routinematig, juridisch en analytisch werk kan ermee worden versneld, mits de gebruikte data betrouwbaar is en de output kritisch wordt getoetst. Het menselijke aspect van de advocatuur, zoals oordeelsvorming, strategie, ethiek, schikkingsafwegingen en het winnen van vertrouwen, laat zich niet automatiseren. In het recht draaien procedures om regels, maar in de rechtszaal en tijdens de advisering blijft het uiteindelijk om mensen gaan.
AI is dus geen monster, mits het beteugeld en met verstand wordt ingezet. Het is evenmin een vervanger van de advocaat, omdat het de kern van die rol niet kan overnemen, al begint het wel aardig op een advocaat-stagiaire te lijken.
Mijn hoop is vooral dat jonge toetreders tot dit vak blijven beseffen dat kennis de sleutel is en dat ze ook de kans krijgen de broodnodige kennis en ervaring op te doen in de praktijk. Een volwaardig advocaat word je alleen door de nodige meters te maken, niet door verstrikt te raken in een eindeloze stroom steeds langere AI-chats.
En ja, soms verlang ik nog terug naar de cassettebandjes tussen de elastieken. Maar niet naar het moment waarop de secretaresse kwam melden dat het bandje door de cassetterecorder was opgevreten. Dát was pas een monster.

