Ruzie in de BV? 

Stel: twee compagnons, één impasse

Anna en Bram richtten acht jaar geleden samen een groothandel op, ondergebracht in één BV waarvan zij ieder 50% van de aandelen houden. De eerste jaren liep het voortreffelijk. Maar sinds Bram ook bestuurder werd, schuurt het: hij sluit zonder overleg langlopende contracten, schuift familieleden op de loonlijst en laat zich op LinkedIn laatdunkend uit over “de inbreng van zijn medeaandeelhouder”. Anna wil eruit – of wil Bram eruit. Maar bij 50/50 blokkeert iedere stemming, en niemand wil tegen een redelijke prijs kopen of verkopen. De onderneming dreigt stuk te lopen op het conflict tussen haar eigenaren.

Dit is geen uitzonderlijk verhaal. Aandeelhoudersgeschillen in het mkb zijn aan de orde van de dag, en juist in de besloten verhoudingen van een familie- of compagnons-BV zit men aan elkaar vast: er is geen beurs waarop je je aandelen even verkoopt. Voor precies deze situaties bestaat de wettelijke geschillenregeling. En die regeling is per 1 januari 2025 grondig vernieuwd door de Wagevoe.

De geschillenregeling: mooi op papier, stroef in de praktijk

De geschillenregeling (art. 2:336 e.v. BW) bestaat al sinds 1989 en kent vier instrumenten: uitstoting (een aandeelhouder gedwongen láten verkopen), uittreding (medeaandeelhouders gedwongen láten kópen), gedwongen overgang van stemrecht, en vaststelling van de koopprijs. Op papier dekt dat het hele speelveld. In de praktijk werd er echter nauwelijks gebruik van gemaakt. De oorzaken:

  • de procedure verliep via een dagvaarding bij de gewone rechtbank, met daarna hoger beroep bij de Ondernemingskamer – jaren doorlooptijd was eerder regel dan uitzondering;
  • voor uitstoting telden alleen gedragingen die iemand in zijn hoedanigheid van aandeelhouder verrichtte – wangedrag als bestuurder bleef buiten beeld;
  • certificaathouders stonden geheel buitenspel, en
  • samenhangende kwesties, zoals een schadeclaim, moesten in een aparte procedure worden uitgevochten.

Wat de Wagevoe per 1 januari 2025 heeft veranderd

De Wagevoe – voluit de Wet aanpassing geschillenregeling en verduidelijking ontvankelijkheidseisen enquêteprocedure (Stb. wet van 5 juni 2024, in werking 1 januari 2025) – pakt deze knelpunten gericht aan. De kern voor de niet-beursgenoteerde BV en NV:

  • Eén snelle route. Alle procedures beginnen voortaan met een verzoekschrift in plaats van een dagvaarding, en worden in één feitelijke instantie behandeld door de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam. De omweg via de rechtbank vervalt; cassatie bij de Hoge Raad blijft mogelijk.
  • Bredere grond voor uitstoting. Niet langer tellen alleen gedragingen “als aandeelhouder”. Ook gedrag als bestuurder of zelfs als privépersoon – denk aan schadelijke uitlatingen over de vennootschap – mag de rechter meewegen. De norm voor uitstoting wordt zo gelijkgetrokken met die voor uittreding.
  • Toegang voor certificaathouders. Certificaathouders met vergaderrecht (BV) of met medewerking van de NV uitgegeven certificaten kunnen voortaan zelf een uittredingsverzoek indienen. Uitstoting blijft voorbehouden aan aandeelhouders.
  • Alles in één dossier. Samenhangende vorderingen, zoals een vordering tot schadevergoeding, kunnen direct in dezelfde procedure worden meegenomen. Dubbele procedures worden zo voorkomen.

Terug naar Anna en Bram: hoe het nu uitpakt

Anna dient één verzoekschrift in bij de Ondernemingskamer. Daarin vraagt zij primair de uitstoting van Bram. Onder het oude recht zou Brams gedrag als bestuurder en zijn LinkedIn-uitlatingen lastig meetellen; onder de Wagevoe mag de rechter die gedragingen wél in de beoordeling betrekken. In hetzelfde verzoek voegt Anna haar schadeclaim toe wegens de eigenmachtig gesloten contracten. Eén procedure, één instantie, één beslissing over én de aandelenoverdracht én de schade – in plaats van jaren procederen langs rechtbank, hoger beroep en een losse schadezaak.

Of de rechter het verzoek toewijst, blijft uiteraard afhankelijk van de feiten en de belangenafweging. Maar het verschil in toegankelijkheid, snelheid en reikwijdte is wezenlijk.

Wat levert dit de ondernemer concreet op?

  • Eén instantie in plaats van rechtbank plus hoger beroep kan jaren procesduur schelen – en daarmee maanden of jaren bestuurlijke verlamming.
  • Minder processtappen en het bundelen van samenhangende vorderingen drukken de proceskosten en voorkomen dat over hetzelfde geschil twee keer wordt geprocedeerd.
  • Een sterkere onderhandelingspositie. Een reële, snellere gang naar de Ondernemingskamer maakt de geschillenregeling een geloofwaardig drukmiddel. Dat alleen al kan partijen eerder aan tafel brengen voor een minnelijke regeling.
  • Behoud van onderneming. Hoe sneller het conflict tússen de eigenaren wordt beslecht, hoe groter de kans dat de ondernéming – met haar klanten, personeel en leveranciers – de strijd heelhuids doorstaat.
  • Bescherming voor de STAK-praktijk. Doordat ook certificaathouders kunnen uittreden, krijgen partijen in de veelgebruikte structuur met een stichting administratiekantoor een uitweg die er voorheen niet was.

Vooruitblik

De Wagevoe haalt een regeling die sinds 1989 grotendeels op de plank lag uit haar isolement en maakt haar voor het eerst tot een praktisch bruikbaar instrument. Voor de doorsnee mkb-ondernemer met een mede-eigenaar is dat geen abstracte wetswijziging, maar het verschil tussen jarenlang vastzitten in een conflict en binnen afzienbare tijd een knoop kunnen doorhakken.

De wetgever heeft zelf onderkend dat de proof of the pudding in de uitvoering zit: de wet bevat een evaluatiebepaling op grond waarvan de minister binnen vijf jaar na inwerkingtreding verslag doet over de doeltreffendheid in de praktijk. Tot die tijd is het aan de Ondernemingskamer om de verruimde gronden in te kleuren. Eén ding staat echter nu al vast: wie samen onderneemt, doet er goed aan de spelregels bij onenigheid te kennen vóórdat het conflict zich aandient – want sinds 1 januari 2025 zijn die spelregels fundamenteel veranderd.

Snel contact

Artikel inhoud